Feeds:
Berichten
Reacties

Sentimenteel

 

Ze zitten in de auto in een file,
de radio staat aan, uitlaatgassen
en muziek, een lied waarvan hij zegt
dat hij het mooi vindt, over
brandende violen en een dans die doorgaat
tot het einde van de liefde.
Niet het lied maar wat hij zegt
maakt dat zij hem niet aan kan kijken.
Nu komt er in de auto nog iets bij:
muziek en uitlaatgassen en verlegenheid.
Verlegenheid omdat de dans
tot aan het eind van liefde veel te veel
is, te ver naar vroeger reikt,
te ver vooruit, zijn ziel
puilt opeens onbeschermd, zo onbeschermd,
zij zegt alleen: ‘Sentimenteel’.
Ja zegt hij, sentimenteel.
Nooit zal zij weten of hij weet
hoe zij dat woord heeft aangegrepen.
Nooit zal hij weten wat zij
begrepen heeft, hoe ver en ver,
nooit zal zij weten dat hij
begreep dat zij begreep
wat hem opeens beving, tenzij
iemand, geschiedschrijver misschien,
later precies reconstrueert hoe dat met mensen
toen en toen met radio’s in files ging.

Judith Herzberg, uit: ‘Zoals’

In de maat

In de maat
In de weet dat het gebeurt
als je het allerminst verwacht,
ben ik de mening toegedaan
dat je geduld moet oefenen.
Houd je gemak. Houd je gemak.
Gelukkig zijn we onvolmaakt.
Eer je het goed en wel beseft,
gaat het per ongeluk vanzelf.

– Miguel Declercq

Het zien van een taxi.
Het denken: nog niet. Ik sta hier nog maar net.
Het zien dat er nog iemand bij komt staan.
Het opnemen van hem/haar.
Het net doen of ik hem/haar niet bekijk.
Het niet net doen of ik hem/haar niet zie.
Het langs hem/haar in de verte kijken of bus
eraan komt, zogenaamd.
Het echt in de verte kijken.
Het denken: is dat de bus?
Het blijven kijken tot het dichterbij is.
Het zien dat het geen bus is, maar een hoge vrachtauto.
Het denken: toch maar een taxi?
Het denken: dan had ik beter die eerste taxi kunnen nemen. Nu
heb ik voor niets gewacht, als ik alsnog een taxi neem.
Het zien dat er nog twee mensen op de halte bij komen.
Het zien dat deze twee nog niet ongeduldig zijn.
Het denken: die denken hij komt zo.
Het raden wat deze twee samen doen.
Het hen onopvallend opnemen.
Het zich verbazen over de eerste wachtende, die de nieuwe twee
helemaal niet bekijkt. Niet nieuwsgierig is. Alleen wacht.
Het denken: als we nu eens met zijn vieren een taxi namen.
Het zich afvragen waar de anderen heen moeten.
Het het koud krijgen.
Het veel bussen in omgekeerde richting langs zien komen.
Het denken: waar blijven die allemaal, ooit komen ze toch
weer deze kant op.
Het zich het eindpunt voorstellen, het keren.
Het denken: als ik nu een taxi neem is dat duur
en die tijd ben ik nu toch al kwijt.
Het zich herinneren van dezelfde gedachte van gisteren.
Het zich herinneren van het zich herinneren van gisteren
van dezelfde gedachte.
Het besluiten: ik neem nu gewoon een taxi.
Het wachten op een taxi.
Het zien voorbijrijden van volle taxi’s.
Het denken: morgen neem ik meteen de eerste lege taxi.
Het zich herinneren van dezelfde gedachte van gisteren.
Het denken dat het nu toch niet lang meer duren kan
tot bus komt.
Het zich voorstellen van een enorme opstopping in de verte.
Het overwegen te gaan lopen.
Het zich voorstellen dat de bus net voorbijrijdt
voor ik lopend bij de volgende halte ben.
Het denken dat lopen warm maakt.
Het zich verbieden om te kijken of bus eraan komt.
Het auto’s tellen.
Het zich verbieden te kijken of bus eraan komt tot
er minstens honderd auto’s voorbijgereden zijn.
Het zien van veel lege taxi’s tussen de auto’s.
Het denken dat het nu eerst recht onzin wordt om een taxi te nemen.
Het denken dat het nu toch echt tijd wordt om een taxi te nemen.
Het overwegen dit eens op te schrijven.
Het zich afvragen of andere mensen ook zo denken.
Het zich afvragen wat het objectief juiste moment is
om een taxi te nemen: meteen, na een tijdje wachten
of na lange tijd wachten.
Het zich herinneren van ouders die nooit een taxi namen.
Het zich proberen te herinneren van speciale gelegenheden
waarbij ouders wel een taxi namen.
Het merken hoe vol het op de halte is geworden.
Het denken: op een volle halte – wachten, op een lege halte – taxi nemen.
Het zich realiseren hoeveel het zou kosten
om elke dag een taxi te nemen.
Het uitrekenen dat dit minder duur zou zijn
dan een auto bezitten.
Het zich voorstellen hoe het zou zijn om op een verlaten autostrada
in gierende wind en striemende regen een lekke band te hebben.
Het beseffen dat de auto’s voorbijrijden zonder geteld te worden.
Het beseffen dat de gedachten bij dertig of bij veertig al zijn afgedwaald.
Het schatten dat het er nu misschien al tweehonderd zijn.
Het zien op het horloge dat er nog maar zes minuten voorbij zijn.
Het dankbaar zijn dat het niet regent.
Het in gedachten drinken van een kop thee.
Het zich afvragen of er nog ergens koek in huis is.
Het zich met schrik bewust worden dat de sleutel –
Het merken dat hij in de andere zak zit.
Het zich voorstellen tot waar lopend in zes minuten –
Het vinden dat het stinkt.
Het denken aan de vele moorden op taxichauffeurs.
Het zich voorstellen van een met bloed besmeurde lege taxi.
Het zich afvragen of andere mensen ook zo vaak
over moord denken.
Het zich afvragen of moordenaars vaak over moord denken.
Het denken van niet.
Het niet weten waarom niet.
Het zich afvragen of andere mensen zich ook zo vaak afvragen
wat andere mensen zich afvragen.
Het zich afvragen of andere mensen zich wel eens afvragen
wat ik me afvraag.
Het niet gemerkt hebben dat de bus er is.

 

– Judith Herzberg, uit ‘Wat zij wilde schilderen’

Jan Lauwers

Augusto Boal heeft destijds gezegd: ‘maatschappelijke zin gaat boven artistieke relevantie’. (…) Je moet in mijn ogen altijd met beide bezig zijn – met de maatschappij en met de materie – omdat je zo nadenkt over de relevantie van de artistieke daad. In de beeldende kunst is men daar altijd mee bezig, maar in het theater bijna nooit.

Kunst moet altijd gaan over de grootheid van verbeelding en de wereld, maar zonder beperkingen.

Als kunstenaar is er maar één manier om te overleven. Die is: zo goed mogelijke kunst maken. Dat vraagt veel oefening, veel rotzooi maken, veel vernietigen en nooit versagen. Voortdurend in vraag stellen, je eigen beelden in het gelaat spugen en op hun hart trappen. Elke dag experimenteren. Elke dag je doel in vraag stellen. Elke dag weten dat je zult falen.

Het is en blijft eigen aan grote kunst dat het ondanks alles schoonheid en troost zoekt.

Als je theater afschaft, schaf je tegelijkertijd het meest onaantastbare medium af dat ooit is uitgevonden. Theater is het medium bij uitstek dat nooit is veranderd. Er zijn slechts accentverschuivingen die te wijten zijn aan de tijdsgeest. (…) Het gaat om iets anders dan originaliteit en ego, het gaat nu eenmaal en ondanks alles, nooit over vernieuwing, maar over een soort archivering van alles wat met de mens te maken heeft.

Ik denk niet dat er ook maar één persoon in de Vlaamse theaterwereld rijk is geworden met zijn werk, dat bestaat niet. Daar hoef je dus als beginnend theatermaker geen rekening mee houden en het is mede daarom dat theatermensen volgens mij eigenlijk nauwelijks last hebben van de crisis. De schoonheid van theater is dat het niet economisch gerecupereerd kan worden, en overigens ook niet politiek. Er is voor een theatermaker geen koning, keizer of collectioneur die zegt waarover hij een voorstelling moet maken, wat een ongelofelijk ontroerende en naïeve vrijheid oplevert. En daarom is het medium theater hoopvol voor de toekomst.

Maud Vanhauwaert

ik zit aan de keukentafel
probeer slecht nieuws door de perforator te halen
tot confetti

Uit: (zonder titel) van Maud Vanhauwaert